De geurtjes - het immateriële erfgoed van de Zaanstreek

Wat is identiteit? Daar hoort ook zeker ons erfgoed bij. En niet alleen die groene houten huisjes en molens maar ook het zo genaamde immaterieel erfgoed. Maar wat is dat dan in de Zaanstreek? Heel veel!

Door de ligging van onze streek is deze tot ruim na de 2e wereldoorlog gescheiden gebleven van de rest van ons land. Ouderen onder ons herinneren zich wellicht nog de Hembrugpont als enige mogelijkheid om naar elders te gaan. Aan de andere kant waren 99% van de mensen uit Amsterdam nog nooit in de Zaanstreek geweest. Daardoor bleef ons erfgoed lange tijd onaangeroerd. De Zaankanter woonde op een eiland. De eigen identiteit bestond, en bestaat deels nog, uit grote en kleine zaken.

Luilak met z'n vuren in bijna alle straten, s'morgens vroeg warme bollen halen en korrierijden op de Stationsstraat. Molens in bruiloft- of rouwstand. Land over zand naar Westzaan en terug als er ijs lag. Spionnetjes aan de zijkant van het raam zodat je zonder op te staan kon zien wat er door de straat liep. Op klompen in de tuin werken. En dan dat taaltje van de Zaankanters. Bijna niet te verstaan en zo lekker zangerig. Gelukkig is de Zaanse volkstaal vastgelegd door Dr. Boekenoogen. Een Bijbel van 655 bladzijden. Veel vergeet woorden. Maar ook woorden en uitdrukkingen die nu nog worden gebruikt en zelfs in het ABN zijn overgenomen. Wat dacht u van doeoeoeg! Van oorsprong Zaans. Wie weet nog wat een kluft is? En hoe vaak hoor je nog dat de kuikendeur naar de teun leidt. En wat dacht u van inverdan. Een mooi Zaans woord. Boekenoogen schrijft daarover “niet vlak aan de weg, maar wat dieper in”. Onze gemeenteraad is er in geslaagd om aan dat woord een nieuwe draai te geven. Net zoals veel sporthallen namen hebben die op het molengebeuren zijn gebaseerd zijn. Dat zou meer moeten gebeuren; met straatnamen kunnen we heel veel doen. Dan blijft Boekenoogen lang leven!

Veel is verdwenen maar nog niet alles. Dat geldt ook voor de geurtjes waar de Zaanstreek om bekend was. Bruynzeel – lekkere houtlucht, Ensof – schuim, Hart en de Zwaan - lijnolie, Goedhart – zuurtjes, De Adelaar en Hilco – zeep, De LIN – kunsthars, Polak & Schwartz, Verkade, Cacao de Zaan, Dekker hout, De Bij-Honig in de Koog (Pudding), de Bijenkorf (zetmeel) Duyvis, Wessanen, Norit, Pieter Schoen, Sabel, Hille beschuit, Ester aroma, de Lum, wie weet er nog meer? Heerlijk!! Allemaal fabrieken met een geurtje. Nou ja, de Zaan zelf kon echt stinken en zilver kreeg een zwarte glans en de bewoners hoofdpijn.

Maar nu bedenk ik wat voor het Zaans museum. Een rij kastjes waarvan, als je het deurtje open doet, de geur van de een of andere industrie geroken wordt. 20 kastjes met allemaal een andere geur. Dat is de Zaanstreek, dat is identiteit en het unieke immaterieel erfgoed!Oh ja, en dan nog een eigen impressie. Als ik nu nog na jaren langs de Bijenkorf (Amylum) rij en deze ook indringend ruik denk ik “ha lekker, gym buiten”. Ik zat daar op school!

Will Evers – lid van vereniging Hart voor Stad

Ga naar Zaanstad.nl